‘Hoe zorg je ervoor dat alle stakeholders meepraten en je toch ook versnelt?’

Astrid Bronswijk over De Versnellingskamer

Bij complexe maatschappelijke opgaven komen veel belangen, posities en verwachtingen samen. Hoe krijg je als publiek leider grip op die dynamiek, zodat je samenwerkingen kunt versterken en oplossingen kunt versnellen? De driedelige DGABD-cursus De Versnellingskamer geeft antwoord op die vraag. ‘Het is heel waardevol om naar je eigen dossier te kijken met de afstand van een collega die dat dossier inhoudelijk niet kent’, aldus deelnemer Astrid Bronswijk (EZK).

Astrid is sinds juni 2022 manager Innovatie bij EZK, en daarnaast MT-lid van de gelijknamige directie. In die rollen werkt ze aan doeltreffend innovatiebeleid, onder andere door internationale instrumenten effectiever in te zetten. ‘Vanaf 1 januari 2028 werkt de Europese Commissie met een nieuw Meerjarig Financieel Kader’, legt Astrid uit. ‘Waar EU-fondsen – bijvoorbeeld voor economische ontwikkeling en landbouw – nu nog gescheiden zijn in afzonderlijke programma’s, moet elke lidstaat straks zelf één nationaal plan opstellen. Er staat nergens op papier hoe we het besluitvormingsproces daarachter moeten inrichten. Ik zocht daarom naar handvatten om dat effectief te kunnen doen. Zo kwam ik uit bij De Versnellingskamer.’

Proces versnellen

Wat Astrid meteen aansprak aan de DGABD-cursus, was de aandacht voor verschillende belangen en de dynamiek die daarbij komt kijken. ‘Elk departement maakt aanspraak op de middelen uit het nationaal plan. Een van de beleidsterreinen binnen dat plan is regionale ontwikkeling. Daarvoor werkt EZK al langere tijd samen met de waterschappen, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Ook zij zitten daarom nu aan de interdepartementale overlegtafel.’

Ze vindt het belangrijk dat iedereen kan meepraten, maar heeft ook tot doel het proces te versnellen. ‘Op 1 januari 2028 moeten we het wel goed geregeld hebben, zodat bedrijven en kennisinstellingen de Europese fondsen vanaf die dag meteen kunnen benutten.’

Tijdens de krachtenveldanalyse kwam ik erachter dat de voor mij belangrijkste speler een andere partij was dan ik dacht

Een frisse blik op de belangrijkste spelers

De Versnellingskamer bestaat uit drie delen. Op de eerste dag gaan publieke leiders aan de slag met een netwerkbeeld, zodat ze meer inzicht krijgen in de manier waarop de samenwerking met al hun stakeholders verloopt. Astrid werd daarvoor gekoppeld aan een deelnemer van de Belastingdienst. ‘Samen brachten we elkaars netwerk in kaart. Het is heel waardevol om dat te doen met iemand die jouw dossier inhoudelijk niet kent. Ik kreeg scherpe, onbevooroordeelde vragen zoals: “Verschilt jouw belang wel echt met dat van een ander?” en “Is er niet iets wat jullie bindt, wat je in de overleggen beter kunt benutten?” Dat gaf me stof tot nadenken.’

Dit inzicht kreeg voor Astrid een extra dimensie tijdens de tweede sessie: de krachtenveldanalyse. ‘In een fysieke opstelling van stakeholders moest ik aangeven wie ik het belangrijkste vond, en wie het dichtst bij mij stond. Het IPO kwam als eerste in me op. Ik heb het namelijk altijd belangrijk gevonden om op te komen voor de provinciale belangen. Maar mijn allereerste doel was om de overleg- en besluitvormingstructuur werkend te krijgen. Daar kon het IPO eigenlijk geen rol in spelen. Tijdens de krachtenveldanalyse kwam ik erachter dat Financiën – als coördinerend departement – in die zin veel dichter bij dit eerste doel stond.’

Projectmatige aanpak

De derde en laatste sessie richtte zich op effectiviteit: hoe konden Astrid en de andere deelnemers hun geleerde lessen omzetten in versnelling van hun opgave? Deze keer werd Astrid gekoppeld aan een topambtenaar van Defensie. ‘Hij was gewend om heel projectmatig te werken en zei: “Jouw opgave klinkt ook als een project. Als 1 januari 2028 zo’n belangrijke deadline is, waarom maken jullie dan geen planning?” Samen telden we terug vanaf die datum en dachten we na over welke beslissingen wanneer genomen moesten worden. Na de cursus heb ik meteen bij Financiën – dat ook nu het dichtst bij mijn doel stond – aangegeven dat ik behoefte had aan een gezamenlijke planning. En die is er nu ook: in september sturen we ons eerste voorstel naar de minsterraad.’

Doelgericht

In het kader van effectiviteit bracht De Versnellingskamer Astrid nog iets extra’s. ‘Dankzij de cursus heb ik mijn eigen doel scherper voor ogen, weet ik ook beter hoe anderen daarin staan en kan ik daardoor veel doelgerichter interveniëren tijdens de overleggen. Ik weet beter wat ik uit die overleggen wil halen, en waar ik mijn tijd en aandacht aan moet besteden. Na de zomer weten we welk departement aanspraak maakt op welke middelen. Toen we met deze overlegstructuur van start gingen, leek dat onmogelijk.’