
De partner
Voor het behoud van een krachtige maritieme sector
De maritieme maakindustrie is een van onze krachtigste en meest innovatieve sectoren, met mondiaal aanzien. Erwin Nijsse (EZ) en Thecla Bodewes, scheepswerfeigenaar en boegbeeld van de topsector Water & Maritiem, werken samen aan het versterken van deze toppositie.
Wat maakt onze maritieme industrie tot een topsector?
Erwin: ‘De sector is een van de pijlers van onze economie. We hebben een sterke maritieme traditie met wereldspelers in scheepsbouw, offshore, logistiek en reders. Het is ook een sector die heel belangrijk is voor onze internationale concurrentiepositie, onze eigen veiligheid en autonomie. Bijvoorbeeld als het gaat om materialen voor de kustwacht of de marine.’
Thecla: ‘Onze kracht ligt in innovatie en samenwerking. Ons land staat bekend om zijn maritieme expertise: de bouw, in regelgeving en duurzaamheid. Overal ter wereld spelen Nederlandse bedrijven hierin een rol. Maar de concurrentie neemt toe. Door lagelonenlanden, maar ook door steunmaatregelen van overheden.’
Hoe ziet jullie samenwerking eruit?
Erwin: ‘Binnen de topsector Water & Maritiem werken we als EZ nauw samen met bedrijven en andere departementen, zoals IenW, Defensie, Buitenlandse Zaken en Financiën. Samen hebben we een agenda opgesteld voor de maritieme maakindustrie waarin innovatie en internationale concurrentiekracht centraal staan.’
Thecla: ‘Om onze positie te behouden, moeten we als bedrijfsleven intensief samenwerken met de overheid en kennisinstellingen. Het unieke aan Nederland is dat we geen hiërarchie kennen. In het buitenland zijn ze heel verbaasd over onze laagdrempelige publiek-private samenwerking.’
Wat zijn de valkuilen in zo’n samenwerking?
Erwin: ‘Bij publiek-private samenwerking moet je oppassen voor de suggestie van “de lobby”; de schijn dat bedrijven te veel invloed hebben binnen EZ. Dat is namelijk niet het geval. Aan de overheidskant is het belangrijk te letten op een brede samenwerking, waarin andere departementen een minstens even grote rol hebben. En aan de ondernemerskant is er altijd ruimte voor nieuwkomers in de topsector.’
Wat werkt goed?
Thecla: ‘Het ondernemende, wat je nodig hebt in een privaat bedrijf, zie je de laatste jaren ook steeds meer in publieke organisaties. Dat komt ook omdat mensen steeds vaker de overstap maken vanuit het bedrijfsleven.’
Erwin: ‘Klopt. Ik ben na 25 jaar in het bedrijfsleven nu een gelukkig ambtenaar. Ik denk dat die uitwisseling heel gezond is: je begrijpt elkaar beter en kunt ervaringen delen.’
Wat zijn belangrijke leerpunten in jullie samenwerking?
Thecla: ‘De topsectoren worden momenteel herzien. Dat vraagt om een kritische blik: moeten we ze minder sectorgestuurd aanpakken? Welke sectoren hebben we echt nodig? Het is goed om die vragen te stellen. Vernieuwing vraagt om frisheid, maar daar zijn we in de oudste sectoren – zoals de onze – niet altijd even sterk in. Je zal af en toe in de spiegel moeten kijken.’
Erwin: ‘We moeten de economische en maatschappelijke waarde van de maritieme sector helder blijven uitleggen. En de overheid kan sectoren helpen bij bepaalde agendapunten, maar we kunnen niet alle knelpunten oplossen. Bedrijven hebben hierin net zo goed een verantwoordelijkheid.’
Wat zijn positieve veranderingen geweest?
Erwin: ‘De waarde van bedrijven en hun bedrijvigheid wordt tegenwoordig beter ingeschat. Niet alleen hun economische, maar ook hun maatschappelijke rol wordt meer gewaardeerd. We denken de laatste jaren in Nederland vaak dat welvaart draait om maatschappelijke opgaven zoals klimaat en gezondheidszorg, maar het vergroten van ons verdienvermogen blijft belangrijk. De discussie over bedrijven roept ook spanningen op. Door goede publiek-private samenwerking kun je meerdere doelen in het oog houden en samen realiseren.’
Thecla: ‘Wat ik heel belangrijk vind, is het besef dat je impact kunt maken door samen op te trekken. Dat kan ook andere sectoren inspireren. Het is belangrijk om verder te kijken dan enkel wat je zelf te bieden hebt.’