Header

De partner

Met en op elkaar bouwen

De woningbouwopgave vraagt om ingenieuze, creatieve oplossingen van zowel de Rijksoverheid als maatschappelijk partners. In Drenthe kwamen Jacos van Zelst (VRO) en Melanie Maatman (woningcorporatie Actium) samen met drie collega-bestuurders tot een landelijke primeur: een financiële constructie om een woningcorporatie in geldnood te steunen, zodat deze aan de lokale woningbouwopgave kan blijven werken.

Hoe kwam jullie samenwerking tot stand en hoe verloopt die nu?

Melanie:  ‘Jacos was in Drenthe voor overleg met de gemeente Assen. Al wandelend raakten we in gesprek over de financiële situatie van Woonconcept (zie kader, red.). Sinds dat moment trekken we samen op in de projectsteun. Jacos brengt nu rugdekking en rust: een dempend effect op de politieke dynamiek rond de woningbouwopgave. Hij neemt de tijd, vraagt door en wil echt weten hoe het er bij een woningcorporatie aan toe gaat. Als ik hem aan een overlegtafel zie, weet ik dat onze belangen goed gehoord worden.’ 

Jacos: ‘Het was heel dapper van Melanie om de stap te zetten naar deze opzet en dit zo te willen regelen. Actium en de andere corporaties zagen deze constructie als een maatschappelijke oplossing voor de regionale woningbouwopgave. Dat verdient in mijn ogen een podium. Onze samenwerking is nu heel praktisch, met korte lijnen: even bellen om te sparren, daar sta ik altijd voor open.’ 

‘De problemen van woningzoekenden moeten zwaarder wegen dan een bestuurlijke reflex om op de rem te trappen’

Wat hebben jullie samen voor elkaar gekregen?

Melanie: ‘De corporaties Domesta, Woonservice en Actium wilden Woonconcept vrijwillig financieel bijstaan. Dat geld had Woonconcept nodig om woningen te onderhouden en te verduurzamen. Na juridisch en bestuurlijk akkoord voor onze “projectsteun” lieten we Woonconcept projectsteun aanvragen bij VRO. Via het ministerie maken de drie corporaties nu vijf jaar lang ieder een miljoen euro per jaar over naar Woonconcept. Dankzij het woningonderhoud en de verduurzaming die daardoor kan plaatsvinden, worden de woningen van Woonconcept meer waard en kan de corporatie weer geld lenen om te bouwen.’

Jacos: ‘Binnen VRO was deze manier van steun onbekend: er was nog geen wetgeving voor. We moesten samen uitzoeken welke steunverklaringen nodig waren en wie akkoord moest geven. Denk aan huurdersorganisaties, bewonerscommissies en gemeenten. Die route hebben we nu gebaand.’

Wat is er nodig voor een goede aanpak van de landelijke woningbouwopgave?

Jacos: ‘Ik zie op lokaal niveau nog te veel “zachte” plannen van colleges om te gaan bouwen. Het is belangrijk om die plannen hard te maken met een echt bestemmingsplan. Want in alleen een plan kun je niet wonen. Een hogere realisatiegraad helpt, want met meer woningbezit kunnen corporaties meer geld lenen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). En daarmee kunnen zij blijven bouwen.’

Melanie: ‘Creativiteit en durf zijn nodig. Kijk regionaal naar wat er kan op basis van collegiale solidariteit: ruil, taakverdeling of financiële steun. Maak succesvoorbeelden daarnaast zichtbaar en schaal op waar mogelijk.’

Jacos: ‘En achterhaal wat er echt speelt bij andere corporaties. Soms is projectsteun passend, soms moeten woningbouwplannen meer gemaakt worden op basis van haalbaarheid. Maar één ding is zeker: de problemen van woningzoekenden moeten zwaarder wegen dan een bestuurlijke reflex om op de rem te trappen.’

Wat leren jullie van elkaars wereld en welke meerwaarde biedt dat?

Melanie: 'De manier waarop de Rijksoverheid meekijkt naar risicoafweging en hun werkwijze voor gefaseerd werken, zijn voor mij helpend en leerzaam. Zo kan ik mijn organisatie met meer vertrouwen door ingewikkelde keuzes heen leiden.’

Jacos: ‘Ik heb nu scherper zicht op welke stappen corporaties moeten zetten en wie ze moeten meekrijgen. Daardoor kan ik beleid veel praktischer benaderen en binnen VRO ook beter uitleggen wat haalbaar is. Dat biedt perspectief om de aanpak uit Zuidwest-Drenthe te kopiëren.’