Araya Sumter, Inge Vossenaar en Carsten Herstel

Over grenzen heen samenwerken

Drie directeuren-generaal over de sociale agenda van Nederland

Dakloosheid onder jongeren, mentale problemen, schulden, passende zorg en kansenongelijkheid vallen zelden onder één ministerie. Toch is de overheid traditioneel georganiseerd in afzonderlijke domeinen, met eigen regels, budgetten en verantwoordelijkheden. Juist daar willen drie directeuren-generaal verandering in brengen.

Araya Sumter (SZW), Carsten Herstel (VWS) en Inge Vossenaar (OCW) vertellen over een nieuwe manier van samenwerken binnen de Rijksoverheid. Hun gezamenlijke missie: maatschappelijke problemen niet langer vanuit afzonderlijke systemen bekijken, maar vanuit het leven van mensen zelf.

Waar systemen botsen met het dagelijks leven

De voorbeelden die tijdens het gesprek op tafel komen, maken duidelijk hoe ingewikkeld dat in de praktijk kan zijn. Neem jongeren die onderwijs volgen, maar tegelijkertijd zorg nodig hebben. Vanuit onderwijsbudgetten is zorg niet altijd te financieren, terwijl zorgbudgetten weer niet bedoeld zijn voor onderwijs. Iemand die na het overlijden van een partner direct geconfronteerd wordt met veranderende regels rond een persoonsgebonden budget. Of mensen die een woning willen delen, maar vastlopen op regelgeving rondom uitkeringen en toeslagen. 'Voor mensen zijn die problemen niet verdeeld in stukjes', zegt Inge. 'Het gaat over hun leven. Maar wij hebben het wél in delen georganiseerd.'

Volgens de drie werkt het systeem voor het grootste deel van de samenleving goed. Maar juist de groep mensen die met meerdere regelingen tegelijk te maken krijgt, loopt vast tussen wetten, instanties en financieringsstromen. Daarom willen de DG’s niet alleen beter samenwerken binnen de Haagse departementen, maar ook nadrukkelijk met gemeenten, maatschappelijke organisaties en inwoners zelf. 'Als wij dit alleen binnen ministeries proberen op te lossen, mislukt het', zegt Araya. 'Die samenwerking met medeoverheden en partners in de samenleving is cruciaal.'

Housing First als voorbeeld

Een concreet voorbeeld van die nieuwe aanpak is de gezamenlijke inzet op dakloze jongeren. In plaats van jongeren eerst langdurig in opvangtrajecten te plaatsen, wordt ingezet op het principe van Housing First: eerst zorgen voor stabiele huisvesting, daarna intensieve begeleiding organiseren. In Nijmegen zagen de DG’s tijdens een werkbezoek hoe deze aanpak voorkomt dat jongeren verder afglijden in schulden, psychische problemen of uitvallen uit onderwijs en/of werk. 'Je moet voorkomen dat iemand dakloos wordt, in plaats van pas aan het einde een oplossing bieden', zegt Carsten.

De samenwerking tussen de ministeries maakt het mogelijk om sneller doorbraken te organiseren. Met interdepartementaal overstijgend werken ben je er vaak nog niet: ook gemeenten en uitvoeringsinstanties zijn nodig om mensen verder te helpen. Waar de ene partij financiering beschikbaar stelt, kijkt een ander ministerie naar wet- en regelgeving of ondersteuning vanuit gemeenten. Dit voorbeeld laat zien wat er mogelijk wordt als beleid niet langer vanuit afzonderlijke systemen wordt georganiseerd. Voor jongeren betekent dat concreet dat zij sneller een woning krijgen, begeleiding ontvangen en weer perspectief kunnen opbouwen. 'Dat een jongere niet meer op straat hoeft te slapen', vat Araya samen. 'Dat iemand kan leven in plaats van alleen maar overleven.'

Een andere rol voor ambtenaren

De beweging vraagt niet alleen iets van bestuurders, maar ook van de ambtelijke organisatie zelf. De drie DG’s erkennen dat de Rijksoverheid traditioneel hiërarchisch georganiseerd is. Medewerkers voelen daardoor niet altijd de ruimte om zich buiten hun eigen domein te begeven. 'Ambtenaren hebben een veilige omgeving nodig om te experimenteren', zegt Araya. “Dat iemand vanuit het ministerie van OCW ook richting VWS of SZW kan bewegen om samen iets op te lossen.' Daarbij hoort volgens de drie ook een andere bestuurscultuur. Problemen moeten sneller gezamenlijk worden besproken, zeker als managers of medewerkers van verschillende ministeries er onderling niet uitkomen. 'Juist dan moet je escaleren en samen kijken hoe je verder komt.'

Die gezamenlijke aanpak kan volgens de DG’s ook het werkplezier vergroten. Veel jonge ambtenaren beginnen hun loopbaan met de ambitie om maatschappelijke impact te maken, maar lopen soms vast in complexe procedures en afgebakende verantwoordelijkheden. 'Hoe mooi is het als je samen met collega’s van andere ministeries én gemeenten aan tafel zit en echt een oplossing kunt creëren?', zegt Inge. 'Dan draag je bij aan een oplossing in plaats van aan het probleem.'

Passende zorg en preventie

Volgens Carsten sluit de beweging om interdepartementaal te werken goed aan bij bredere ontwikkelingen binnen de overheid, bijvoorbeeld rond het principe van “passende zorg”. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op zorg achteraf, maar ook op preventie en bestaanszekerheid.
'Als je de oplossing van problemen rondom schulden, mentale gezondheid, onderwijs of dakloosheid eerder goed organiseert, voorkom je later veel zwaardere zorg', zegt hij. De drie zien daarom ook kansen om het sociale en fysieke domein sterker met elkaar te verbinden, bijvoorbeeld bij woningbouw en gebiedsontwikkeling. Niet alleen de vraag hoeveel huizen er worden gebouwd moet centraal staan, maar ook voor wie en met welke ondersteuning voor bewoners.

Geen nieuwe structuur, maar een nieuwe manier van werken

Opvallend genoeg pleiten de DG’s niet voor grote nieuwe organisatiestructuren. Volgens hen zit de belangrijkste verandering vooral in gedrag, samenwerking en leiderschap. 'We hoeven niet alles opnieuw te organiseren', zegt Araya. 'We moeten vooral anders leren werken.' Dat betekent: minder denken vanuit afzonderlijke belangen en meer vanuit gezamenlijke maatschappelijke opgaven. Niet de systeemwereld centraal stellen, maar de leefwereld van mensen. Of die beweging slaagt, hangt volgens de drie uiteindelijk af van hun eigen volharding. 'Als wij hier niet consequent op blijven sturen, wordt het vanzelf weer ingewikkelder', zegt Carsten. 'Voor 85 procent van de samenleving werkt het systeem goed', zegt Inge tot slot. 'Maar juist voor de mensen die in de knel komen, moeten we beter samenwerken. Uiteindelijk doen we dit voor hen.'