
De rol van burgers voor een sterke democratie? Doe en denk mee!
ㅤ
In het signalement Naar een sterkere democratie pleit de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) aan de hand van drie pijlers voor een responsievere overheid, die actief blijft sturen op participatie en representatie. Ronald van Raak (ROB) en Heleen van den Berg (VWS) lichten de drie pijlers toe en leggen uit wat deze van topambtenaren vragen.
Ronald van Raak, raadslid ROB
ㅤ
ㅤ
ㅤ
‘Geef aan wat je van de mensen zelf vraagt’
Pijler 1: responsiviteit
‘Een belangrijk onderdeel van goed bestuur is dat je als topambtenaar aangeeft wat je van de mensen zélf vraagt. Dat staat naast wat je als overheid voor mensen kunt betekenen. Die wederkerigheid is nodig om burgers en bedrijven te verbinden aan het publieke belang. De meesten snappen heel goed dat de overheid belangen moet afwegen en dat ze daardoor niet altijd hun zin zullen krijgen. Het gaat er dus om responsief te zijn als overheid en ervoor te zorgen dat mensen weten waar ze aan toe zijn’, aldus Ronald van Raak over het signalement Naar een sterkere democratie (zie kader) dat in september verscheen. Hij is oud-Kamerlid, tegenwoordig als hoogleraar Filosofie in Nederland aan de Erasmus Universiteit en daarnaast lid van de ROB.
Heleen van den Berg kan zich vinden in de woorden van Ronald. Als manager Toegang, Toegankelijkheid en Lerend systeem bij VWS bekijkt ze onder andere hoe dit ministerie burgerinitiatieven zo goed mogelijk kan ondersteunen en benutten. ‘Transparantie over het inspraakproces is heel belangrijk: wees vanaf het begin duidelijk over welk deel van de besluitvorming al vaststaat en voor welke aspecten je specifiek om input vraagt. Wie ruimte biedt voor het gesprek, wekt vertrouwen. Ook als je tegelijkertijd grenzen stelt.’ Heleen noemt de uitvoering van het VN-verdrag Handicap als voorbeeld, dat onder andere eisen stelt aan nieuwbouwwoningen of de toegankelijkheid van openbaar vervoer. ‘Om als Nederland te gaan voldoen aan de verplichtingen van dit verdrag, is een nationale strategie opgesteld. Dat deden we bewust met mensen met een beperking, die zich vaak zorgen maken over voorzieningen of toekomstige ondersteuning. Door zulke gesprekken creeër je vertrouwen en een breder beeld van de opgave. Die inbreng was in het geval van het VN-verdrag Handicap essentieel in de formele besluitvorming met belangenorganisaties.’
Heleen van den Berg, MT-lid directie Maatschappelijke Ondersteuning bij VWS
ㅤ
‘Een pilot Anoniem Solliciteren leidde tot diversere sollicitanten, met verschillende culturele achtergronden en opleidingsniveaus’
Pijler 2 en 3: participatie en representatie
Maar hoe ga je om met tegenstrijdige signalen vanuit de samenleving, over wat mensen willen en nodig hebben? Ronald begrijpt dat ook topambtenaren daar soms mee worstelen. Het maakt participatie en representatie tot complexe kwesties. ‘Hoe bepaal je waar je informatie voor beleidsvorming vandaan haalt? Daarin ligt onder andere een belangrijke rol weggelegd voor belangenorganisaties én burgerfora en -initiatieven, zodat ook mensen met minder vertrouwen in de overheid hun stem laagdrempelig kunnen laten horen.’
We mogen de bal daarbij soms best wat meer bij de mensen zelf leggen, vindt Heleen. ‘De boodschap “doe en denk mee” kan juist zorgen voor vertrouwen, en vervolgens voor een actievere rol van burgers in hun buurt, wijk en uiteindelijk in onze democratie.’ Al weet Heleen vanuit haar ervaring op gemeentelijk niveau ook dat burgers flink wat in hun mars moeten hebben om bijvoorbeeld een burgerinitiatief tot stand te brengen en in stand te houden. ‘Zoiets kost tijd en het valt vaak niet mee om tot structurele financiering te komen.’
Het ROB-signalement pleit er ook voor om diversiteit en inclusie te stimuleren. In haar tijd bij de gemeente Rotterdam leerde Heleen daarin een waardevolle les. ‘Een pilot Anoniem Solliciteren leidde tot diversere sollicitanten, met verschillende culturele achtergronden en opleidingsniveaus. De perspectieven die zij meebrengen, kunnen in de praktijk ook tot betere (beleids)keuzes leiden. We zijn nu ook binnen onze directie bij VWS aan het onderzoeken hoe we diverer kunnen worden.’
Ambtelijke en persoonlijke waarden
Welk handelingsperspectief heeft Ronald in algemene zin nog voor topambtenaren? Allereerst raadt hij aan om na te denken over hun rol in het openbaar bestuur. ‘Begin daarbij bij de ambtelijke waarden zelf: wat is goed bestuur? Relateer vervolgens je eigen waarden daaraan: wat is mijn taak in dat speelveld? Dat helpt niet alleen om afstand te nemen van vraagstukken en tot nieuwe inzichten te komen, maar ook om aan de maatschappij uit te leggen wat jouw rol en inhoudelijke dilemma’s zijn. En dat kan weer leiden tot meer begrip en vertrouwen.’