Header

Samenspel bestuurder en OR

‘Aan de medezeggenschapstafel kan ik in alle openheid mijn eigen dilemma’s als bestuurder op tafel leggen’

Om de grote uitdagingen van Nederland het hoofd te bieden, is een goede (inter)departementale samenwerking essentieel. Medezeggenschapsraden zijn daar ook onderdeel van. Hoe ziet de rol van de medezeggenschap eruit en wat is de meerwaarde hiervan? Marieke van Wallenburg (secretaris-generaal bij SZW) en Rutger van Ginkel (voorzitter Departementale Ondernemingsraad van SZW) gaan erover in gesprek.

Rijksbreed samenwerken

Binnen de Rijksoverheid heeft elke Departementale Ondernemingsraad (DOR) meerdere bevoegdheden. Zo zijn wettelijk onder andere het advies- en instemmingsrecht vastgelegd. Voor Marieke en Rutger is de taakstelling op dit moment een belangrijk onderwerp van gesprek. ‘Dat thema maakt het samenspel tussen bestuurders en medezeggenschapsraden alleen nog maar belangrijker’, vindt Marieke. ‘Niet alleen vanuit de formele verplichting om hierover advies in te winnen, maar bovenal om te anticiperen op veranderingen door de DOR vroegtijdig te betrekken. We kunnen niet discussiëren over het wát: dat is een politieke keuze. Maar wel over het hóé. Hoe zorgen we er bijvoorbeeld voor dat het mogelijk blijft om collega’s op te leiden? Bij zulke vraagstukken gaan een sterke belangenvertegenwoordiging van medewerkers en goed bestuur hand in hand.’

‘De verschillende expertises binnen de DOR helpen ons om goed onderbouwde adviezen te geven aan het bestuur’

Meerdere expertises

De DOR van SZW is de belangenbehartiger van de medewerkers van het kerndepartement, de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO) en de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). Alle veranderingen die impact hebben op twee of meer organisatieonderdelen, gaan langs de DOR. Rutger: ‘Wij vertalen de opvattingen en zorgen van collega’s door naar de overlegtafel. Daarbij wegen we zowel de belangen van de medewerker als die van de organisatie mee. Het mooie is dat we de expertise van de verschillende onderdelen in huis hebben. Er zijn bijvoorbeeld meerdere arbo-inspecteurs lid van de DOR. Zij weten veel over werk- en prestatiedruk. Dat helpt ons om goed onderbouwde adviezen te geven aan het bestuur.’

Maatwerk

Marieke blikt terug op de afgelopen periode, waarin de DOR een belangrijke agenderende functie had. ‘Over de taakstelling zeiden Rutger en zijn collega’s: vertaal maatregelen niet één op één door naar alle organisatieonderdelen, maar maak daarin gerichte keuzes. En houd daarnaast oog voor persoonlijk maatwerk. Een voorbeeld is het gevolg van de taakstelling voor het aantal devices binnen het departement, en de bijbehorende IT-ondersteuning. De DOR signaleerde dat het verminderen van het aantal devices gevolgen kan hebben voor bijvoorbeeld medewerkers met een visuele beperking. Die collega’s moeten we dus maatwerk blijven bieden.’

‘Ik merk dat onze samenwerking de besluitvorming verbetert en het draagvlak in de organisatie verhoogt’

Dilemma’s wegen

In hun samenwerking komen het bestuur van SZW en de DOR ook weleens voor dilemma’s te staan. Rutger herinnert zich de discussie rondom de sluiting van de gedeelde fitnessruimte van SZW en VWS. ‘Meerdere DOR-leden maakten daar ook gebruik van. En vanaf de werkvloer kregen we veel respons van collega’s die de fitnessruimte graag wilden behouden. Uiteindelijk besloten we toch in te stemmen met het plan om de ruimte te sluiten. Financieel was het niet meer houdbaar en vanuit de CAO Rijk zijn er voldoende alternatieven om als ambtenaar voordelig te blijven sporten. Met pijn in het hart maak je dan toch de keuze die het beste is voor de organisatie als geheel.’

Marieke vindt het knap hoe de DOR op zulke momenten oog houdt voor zowel het belang van het individu als dat van de organisatie. ‘Rutger en zijn collega’s begrijpen dat een taakstelling om pijnlijke keuzes vraagt. Ik merk dat ik hen daardoor ook op het organisatiebelang kan aanspreken. En dat hun houding ervoor zorgt dat ik in alle openheid mijn eigen dilemma’s als bestuurder op tafel kan leggen. Het is prettig om die dilemma’s samen te kunnen wegen.’

Een goede basis

‘Ik merk dat onze samenwerking de besluitvorming verbetert en het draagvlak in de organisatie verhoogt’, vervolgt Marieke. ‘Zo bouwen we samen aan een organisatie die past bij het hier en nu, en waar mensen graag voor willen werken.’ Rutger is blij met de waardering voor de medezeggenschap. ‘Er ligt een goede basis, die we ook gezien de taakstelling vanuit het nieuwe kabinet hard nodig zullen hebben. Bij het materiële deel van de taakstelling, zoals huisvesting, zijn we goed betrokken en raadplegen we de achterban over wat het betekent voor de collega’s op de werkvloer. Die signalen nemen we allemaal mee in onze advisering. Het personele deel vraagt om nieuwe, lastige keuzes. Maar ik heb er vertrouwen in dat we ook daar samen uit zullen komen.’