De partner

Het samenspel tussen veiligheid en leefbaarheid

De Nederlandse krijgsmacht groeit, en daarmee ook de behoefte aan uitbreiding van ­Brabantse ­kazernes, militaire vliegvelden, oefenterreinen en laagvlieggebieden. Nanda Kellij ­(directeur ­Materieel, Leefomgeving, Vastgoed & Duurzaamheid bij Defensie) en Wilma Dirken ­(gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant) vertellen hoe zij kerntaken en omgevingskansen combineren.

Voor welke gezamenlijke uitdaging staan jullie?

Nanda: ‘Defensie breidt na vele jaren van krimp weer uit. Op provinciaal en lokaal niveau zijn de omstandigheden inmiddels behoorlijk complex. We hebben te maken met kwetsbare natuur, stikstof, een energie- en woningbouwopgave. Daarnaast heeft elke vierkante meter al een bestemming – ook in Noord-Brabant. We zullen al die belangen moeten wegen, zodat iedereen letterlijk en figuurlijk kan leven met onze uitbreiding.’

Wilma: ‘Er is haast geen Brabander zonder familie of vrienden bij Defensie. De krijgsmacht zit daardoor in het dna van onze provincie. Maar zoals Nanda zegt: Brabant is drukker geworden. Vroeger hoefde de luchtmacht bij laagvliegoefeningen alleen rekening te houden met kerktorens, nu zijn er ook windmolens en flatgebouwen. Hoe combineren we het nationale veiligheidsvraagstuk met de lokale leefbaarheid? Zo’n vraag kun je alleen maar samen beantwoorden.’

Hoe wegen jullie al die belangen tegen elkaar af?

Nanda: ‘Verschillende departementen leggen op provinciaal niveau verschillende opgaven neer. Het is dan logisch dat provincies zich afvragen hoe ze die moeten combineren. We hebben gemerkt hoe waardevol het dan is om samen boven een fysieke provinciekaart te gaan hangen: hoe werkt een ruimtelijk dilemma hier nu door in de praktijk? Aan welke belangen moeten we tegemoetkomen en kunnen we ­sommige ook combineren?’

Wilma: ‘Die mogelijke combinaties zijn er genoeg. Op Vliegbasis Woensdrecht was het lange tijd gebruikelijk dat militairen in opleiding op het terrein woonden. We denken nu opnieuw na over dat concept, zodat we de huisvestingsdruk op de omgeving beperken. En wil Defensie een kazerne uitbreiden? Dan kijken we bijvoorbeeld of de lokale behoefte aan een nieuwe sportfaciliteit in de plannen past. Inwoners kunnen dan sporten op de kazerne op tijdstippen dat Defensie die niet nodig heeft, en vice versa.’

‘Draagvlak ontstaat wanneer mensen ervaren dat we hun belangen serieus meewegen’

Jullie werken al enkele jaren samen. In welke opzichten is de samenwerking nu anders dan in het begin?

Nanda: ‘We waren als Defensie gewend om te denken in vliegbases of kazernes. Gezien de omvang en complexiteit van onze groeiopgave werkt dat nu niet meer. Provincies moeten binnen ons departement één duidelijk aanspreekpunt hebben. Daarom hebben we een half jaar geleden regioteams gevormd. Als Defensie moeten we in die regionale gesprekken ook bereid zijn om waar nodig een stap terug te doen: als uitbreiding hier niet passend is, hoe kan het dan op een andere manier?’

Wilma: ‘Wat ik waardeer, is dat Defensie tegenwoordig veel eerder het gesprek aangaat. Niet met een uitgewerkt plan onder de arm, maar met de vraag hoe we samen tot goede oplossingen kunnen komen. Nu de realisatie begint, is het goed dat er naast regioteams ook realisatietafels zijn. Daar kunnen andere departementen en lokale overheden, zoals gemeenten, zich bij aansluiten. Zij weten nog concreter dan wij waar het knelt, bijvoorbeeld omdat burgers zich zorgen maken over geluidsoverlast op locaties die zijn aangewezen als laagvlieggebied. Verder ben ik blij dat Nanda en haar collega’s op inspraakavonden veel tijd en energie stoppen in het maatschappelijke gesprek. Draagvlak ontstaat niet doordat iedereen het eens is met een besluit. Draagvlak ontstaat wanneer mensen ervaren dat we hun belangen serieus meewegen.’

Nanda: ‘Daarbij moeten we als Defensie onze behoefte concreet blijven maken. Bijvoorbeeld: waarom is het zo belangrijk dat de luchtmacht kan oefenen tijdens de avondschemering, precies op het moment dat bewoners hun dag rustig willen afsluiten? Die gesprekken voeren we nu veel, bijvoorbeeld tijdens de inspraakavonden. Zo brengen we abstracte begrippen als “veiligheid” en “hoofdtaak 1” – de bescherming van het eigen grondgebied en dat van NAVO-bondgenoten – dichter bij de belevingswereld van burgers en ondernemers.’

Hoe zien jullie de toekomst?

Wilma: ‘Brabant biedt Defensie niet alleen ruimte. We ­hebben hier ook een sterk ecosysteem van kennis­instellingen, innovatieve bedrijven en maakindustrie die kunnen bijdragen aan de opgaven van Defensie. Wat mij betreft slagen we als de inwoners straks zien dat veiligheid en leefbaarheid geen tegenstellingen hoeven te zijn. Juist als overheden elkaar weten te vinden, kun je beide versterken.’

Nanda: ‘Tien jaar geleden trok Defensie zich nog terug achter de hekken. We hebben daardoor een enorme inhaalslag moeten maken in de samenwerking met onder andere de lokale overheden. De mooie basis die er nu ligt, moeten we behouden.’