
'Ik realiseerde me tijdens het bezoek dat innoveren in de basis een sociaal proces is'
Vikash Sewkaransing over het creëren van ruimte voor nieuwe ontwikkelingen in transities
Hoe creëer je als topambtenaar ruimte voor nieuwe ontwikkelingen in transities? En welke rol kunnen interbestuurlijke en maatschappelijk samenwerking daarin spelen? Tijdens de leeractiviteiten Te gast bij Nieuw Zwanenburg en Te gast bij het Nyma-terrein en Veur-Lent in het ABD Zomerprogramma 2026 staan die vragen centraal. Vikash Sewkaransing, directeur Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën, woonde vorig jaar de activiteit Te gast in de Ooijpolder bij en deelt nu zijn lessen.
De Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) ondersteunt verschillende onderdelen binnen BZK en VRO bij bedrijfsvoerings- en financiële processen. Denk aan boekhouding, financieel beheer en informatiebeveiliging. Daarbinnen zoekt Vikash als directeur continu naar manieren om de externe dienstverlening en interne samenwerking te verbeteren. ‘De uitdaging is dat elk onderdeel waarvoor we werken eigen voorkeuren heeft, waardoor er in de loop der jaren veel maatwerk is ontstaan. Bijvoorbeeld voor de opmaak van financiële overzichten. Daarnaast gebruiken de organisatieonderdelen verschillende programma’s en applicaties, die deels zijn verouderd en vaak niet met elkaar kunnen communiceren. Hoe kunnen we onze dienstverlening én de samenwerking binnen de OBF binnen die kaders verbeteren? Met die vraag ben ik dagelijks bezig.’
Onderling vertrouwen
De link tussen de opgave van Vikash en zijn bezoek aan de Ooijpolder is snel gelegd: hoe doorbreek je complexe vraagstukken en wat vragen ze van degenen die aan het roer staan? In de Ooijpolder bij Nijmegen vonden ze er een antwoord op. Daar werd de afgelopen jaren een van de meest complexe vraagstukken – die van het samenspel tussen landbouw en natuur – effectief aangepakt. In een gebied ter grootte van duizend voetbalvelden werd in vier jaar tijd dertig kilometer aan natuurlijke verbindingen aangelegd door een coalitie van natuur- en landschapsorganisaties. Onder meer boeren, gemeenten en andere grondeigenaren dachten mee over het biodiversiteitsherstel in het gebied. Het bezoek aan de Ooijpolder inspireerde Vikash. ‘Ik realiseerde me dat innoveren in de basis een sociaal proces is. Een proces van samenwerking en onderling vertrouwen, dat niet begint met een projectplan maar met luisteren naar degene die het probleem op tafel legt. Elkaar ruimte bieden om van elkaar te leren is daarvan een belangrijk onderdeel. Daarmee maak je innovatiemogelijkheden vanzelf tastbaarder.’
"Ik realiseerde me dat innoveren in de basis een sociaal proces is."
Samen leren
Mede door de inzichten uit de Ooijpolder gaat Vikash bij zijn eigen opgaven nu nog meer uit van de kwaliteiten van zijn medewerkers. ‘Uiteindelijk heeft elke organisatie zelf de keuze: laat ik mensen individueel of gezamenlijk leren? Als OBF kiezen we tegenwoordig heel bewust voor dat laatste. Opleidingen volgen we op team- of organisatieniveau. Daardoor zie je dat medewerkers elkaars kwaliteiten beter leren kennen en ook sneller ideeën of experimenten opperen. Daardoor is continu verbeteren een nog sterker onderdeel van onze manier van werken.’
Kennis en creativiteit als drijfveer
Naast de ruimte voor gezamenlijk leren en experimenteren haalde Vikash nog iets anders uit het bezoek aan de Ooijpolder: de kracht van herhaling. ‘Op mijn thuiswerkplek hangen geeltjes met daarop mijn doelen voor het komende halfjaar. Die simpele methode zorgt ervoor dat ik mezelf vaker de vraag stel wat ik nu wil bereiken en wat de rode draden zijn voor onze organisatie. Ondertussen probeer ik medewerkers te inspireren met verhalen, zoals die van de Ooijpolder. Bij de Ooijpolder gaat het om het fysieke landschap. Bij ons om het financiële landschap en de samenwerking tussen onze eigen afdelingen en de verbinding met de organisaties waarvoor we werken. De grondeigenaren in de polder hebben meetinstrumenten, wij hebben onze gezamenlijke kennis en creativiteit. Uiteindelijk zijn dat de belangrijkste elementen voor innovatie.’