Interview

5 vragen over veranderkunde aan expert Jaap Boonstra

'Kies essentie boven urgentie'

Hoe breng je beweging in en geef je richting aan veranderopgaven? In de interactieve masterclass Veranderen voor de toekomst op 30 oktober deelt professor en adviseur Jaap Boonstra zijn inzichten en deel je ervaringen met andere publieke leiders. Jaap geeft aan de hand van vijf vragen en antwoorden alvast een aanzet.

1. Verandering is van alle tijden en raakt ook de Rijksoverheid. Welke trends zie jij, en wat vragen die van publiek leiderschap?

‘Op geopolitiek niveau en ook in ons eigen land nemen onzekerheid en onvoorspelbaarheid toe. Kijk naar thema’s als wonen, gezondheidszorg, klimaat, onderwijs: het zijn ingewikkelde vraagstukken in transitie, die ook nog eens meerdere beleidsterreinen raken. De vraag is dan ook hoe we in Nederland meer interdisciplinair kunnen samenwerken. Het is aan publieke leiders om daar samen invulling aan te geven.’

2. Wat is jouw visie als veranderkundige op de samenwerking aan rijksbrede opgaven?

‘Allereerst is het belangrijk om te beseffen dat rijksbrede samenwerking iets paradoxaals heeft. Er is een gezamenlijke maatschappelijke opgave, maar ondertussen hebben directies en ministeries ook hun eigen autonomie. Dat vraagt om goed samenspel, onder andere in de vorm van netwerkdeling en kennisuitwisseling. In dat proces van samenwerking zal je andere gezichtspunten voorgelegd krijgen. Dat onbekende terrein voelt mogelijk eerst wat oncomfortabel, maar het kan ook leiden tot vernieuwing.’

3. Is die paradox eigenlijk een probleem?

‘De paradox die ik beschrijf, wordt nog weleens gezien als een dilemma. Alsof je moet kiezen tussen een goede samenwerking en je eigen belangen. Het is de kunst om beide kanten van de paradox tot iets waardevols te maken. Dat kan alleen door de onvermijdelijke spanning daartussen bespreekbaar te maken en elkaar uit te nodigen tot samenspel. Daar zal je de tijd voor moeten nemen, ook als de urgentie voor een oplossing hoog is.’

4. De opgaven die je beschrijft, zijn groot en complex. Waar begín je?

‘Je begint niet bij de zwaarte van de opgave, maar bij de zoektocht naar veranderkracht. Breng eerst alle gezichtspunten samen: wat zien we met elkaar gebeuren en welke spelers zijn daarbij betrokken? Vandaaruit kun je tot een gedeelde “spelambitie” komen. Ik noem dat bewust een ambitie, want er komt ook verbeeldingskracht bij kijken. Wat is de betekenis van wat we gezamenlijk doen? Die vraag kan ook tegengestelde waarden blootleggen. Hoe eerder je die op tafel krijgt, hoe beter voor de opgave. Ga daarnaast op zoek naar ieders unieke kracht. Hierdoor weet je ook beter hoe je elkaar kunt ondersteunen in de opgave.’

5. Je begeleidt organisaties in verandering, onder andere in de geestelijke gezondheidszorg en het hoger onderwijs. Wat is de belangrijkste les die je hebt geleerd?

‘Soms dreigt urgentie de essentie te verdrijven: waaraan werken we nu en wat is ons einddoel? In zulke situaties vraag ik mezelf continu af of ik als adviseur nog met het juiste bezig ben. Ik heb gemerkt dat medewerkers het ook prettiger vinden als de organisatie de essentie verkiest boven de urgentie. Zij weten daardoor beter wat hun bijdrage is aan het maatschappelijke doel. Tot slot: we moeten niet vergeten dat we in Nederland al heel veel moois hebben opgebouwd met elkaar. En dat we dit voor elkaar hebben gekregen door goed beleid, samenwerking en verbinding. Die trots mag ook binnen de Rijksoverheid wel wat vaker doorklinken.’