Header

8 openhartige antwoorden

van Mo Jaber el Meftahi

Mo Jaber el Meftahi, plaatsvervangend secretaris-generaal bij OCW, geeft openhartig antwoord op acht vragen.

1. Je bent sinds februari 2025 pSG en al ruim twintig jaar verbonden aan de Haagse Hogeschool, ook als docent Public Management. Welke rol speelt onderwijs in jouw leven?

‘Onderwijs en Public Management zijn passies, want ze gaan beide om mens en maatschappij. Ik houd me niet alleen bezig met de inhoud, zoals de ontwikkeling van vakken en lesgeven, maar ook met de begeleiding van afstudeerders. Daarnaast ben ik mentor voor studenten die worstelen door een kansenachterstand. Ik heb zelf ook twee coaches: een oude rot in het bestuurlijk domein en een jonge hond in de IT. Zo houd ik mezelf de spiegel aan twee kanten voor. Je stopt nooit met leren.’

2. Wat voor een leerling was je vroeger?

‘Ik ben op mijn elfde van Marokko naar Nederland gekomen omdat mijn vader hier als gastarbeider ging werken. Ik sprak geen woord Nederlands, en had daardoor voor mijn gevoel de laagste score van de Cito-toets ooit. Maar de docenten hadden door dat ik meer kon. Ik was heel nieuwsgierig, leerde graag en doorliep het vwo zonder moeite. Studeren heb ik altijd in deeltijd gedaan, want ik wilde – en moest door het overlijden van mijn vader – ook werken. Daardoor kreeg ik als oudste zoon een belangrijke verantwoordelijkheid voor de familie. Naast mijn studie werkte ik eerst bij een woning­corporatie en daarna als projectleider bij Rijkswaterstaat.’

3. Hoe typeer jij je jeugd?

‘Ik hield me toen al bezig met onderwijs, door op scholen taallessen te organiseren voor mensen met Nederlands als tweede taal. Op mijn zestiende zat ik opeens met grote vastgoedmagnaten aan tafel omdat er een centrum voor onze gemeenschap gebouwd moest worden. Door de aanraking met dat soort zaken en werelden, ben ik altijd maatschappelijk betrokken geweest en sta ik ook ondernemend in het leven.’

4. Wie zijn jouw grootste inspiratiebronnen?

‘Mijn ouders. Ze zijn naar een vreemd land gegaan om hun kinderen een betere toekomst te kunnen bieden. Zij hebben echt alles gegeven. Mijn vader is helaas jong overleden, hij heeft zijn pensioen niet gehaald. Daardoor kreeg ik op mijn vijfentwintigste de rol van vader voor het gezin. Dat was hard werken, net als mijn vader altijd had gedaan. Dat deed ik zonder te klagen. Dat deed hij immers ook niet.’

‘Al op jonge leeftijd organiseerde ik taallessen’

5. Waar haal jij energie uit?

‘Naast mijn mentorrol op de hogeschool ben ik ook vrijwillig coach voor jongeren. Dat doe ik al meer dan 20 jaar. Soms spreek ik drie keer met iemand af, soms vijf jaar lang. Zulke gesprekken heb ik ook gehad met mensen die het verkeerde pad op leken te gaan. Het is dan gaaf om te zien dat ze later goed zijn terechtgekomen. Jongeren komen zelf naar mij, of het contact verloopt via de ouders of hun school. Die gidsfunctie ligt me wel. Het enige wat ik terugvraag voor zo’n coachgesprek, is een kop goede cappuccino.’

6. Welk inzicht deel jij graag met de jongeren die jij coacht?

‘Wijsheid zit niet altijd in een opleiding of onderwijs alleen. Sommige mensen krijgen niet de juiste kansen, terwijl ze vol gaven en talenten zitten. Er zijn dan andere manieren om dat in te zetten, bijvoorbeeld in je werk. Door actief te zijn in je buurt, wijk of stad, heb ik gezien dat je veel voor elkaar kan krijgen in het leven.’ 

7. Wat zijn grote uitdagingen in je carrière en leven geweest?

‘In mijn hele carrière heb ik ook met discriminatie en uitsluiting te maken gehad. Zowel bewust als onbewust. Het was soms een uitdaging om me daar doorheen te boksen. Dat heeft me weerbaar gemaakt. Ook kom ik uit een milieu waarin maar weinig mensen ambtenaar zijn. Dus toen ik vanuit het bedrijfsleven de overstap naar de overheid maakte, heb ik me persoonlijk meer dan eens voor die keuze moeten verantwoorden. Terwijl ik mijn brede ervaring juist als een kracht zie. Het bedrijfsleven, de gemeente Amsterdam en de Rijksoverheid: al die ervaringen zijn een verrijking voor mijn huidige functie. Ik ben heel blij dat ik gedurende mijn carrière ook buiten de (Rijks)overheid een bijdrage heb mogen leveren aan de maatschappij.’

8. Wat doe je om te ontspannen?

‘Ik hou erg van geschiedenis en bezoek graag musea. Ik zou niet weten hoe vaak ik wel niet in het Rijksmuseum van Oudheden ben geweest. Daarnaast speelt voetbal een grote rol in mijn leven. Ik heb vroeger veel gevoetbald en gaf trainingen. Ik ben groot fan van FC Barcelona, ik heb ze veel zien spelen. Daarnaast ben ik ook vaak bij Jong Sparta te vinden, want daar speelt mijn zoon. Met vrienden ga ik graag uit eten. Je kunt me gerust een bourgondiër noemen.’