
Beleid in uitvoering
‘Het is steeds balanceren tu ssen snelheid en maatwerk’
De Hersteloperatie Kinderopvangtoeslag (KOT) bevindt zich in de afrondende fase. De zaken die nu centraal staan zijn complex: aanvullende schade, bezwaarprocedures en maatwerk voor ouders met ernstige of meervoudige schade. Jaklien de Jong (MT-lid pDG Herstel bij Financiën) en Sabine Blokhuis (clusterdirecteur KOT bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen) vertellen over deze grootse operatie.
Jullie opgave vraagt om snelheid en zorgvuldigheid, hoe passen jullie dat toe?
Jaklien: ‘Er is een uitgesproken politieke ambitie: eind 2027 moet het financiële herstel voor het grootste deel zijn afgerond. Dat vraagt om versnelling, zonder dat we de zorgvuldigheid verliezen. Het gaat hier om mensen die al lang op een oplossing wachten en verder willen met hun leven. Het is bestuurlijk, juridisch en organisatorisch uiterst complex.’
Sabine: ‘De eerste toets en de integrale beoordeling hebben veel tijd gekost. Gelukkig hebben we de hersteloperatie versneld en zijn inmiddels alle 69.000 ouders behandeld en – als zij gedupeerd zijn – gecompenseerd. Nu wachten sommige ouders op aanvullende schadevergoeding of behandeling van hun bezwaar. We werken er hard aan deze mensen recht te doen.’
Jaklien de Jong, MT-lid pDG Herstel bij Financiën
ㅤ
ㅤ
ㅤ
‘Als je tachtig procent relatief snel kunt helpen, kan dat reden zijn daarop snelheid te maken ten koste van complexere zaken’
Hoe werken beleid en uitvoering samen in zo’n operatie?
Jaklien: ‘Vanuit het programma-DG Herstel zijn we verantwoordelijk voor beleid en kaders. Maar beleid ontwikkel je niet los van de uitvoering. De afgelopen jaren is de uitvoering veel eerder en intensiever betrokken. Het is nu een cyclisch proces waarin we continu verbeteren.’
Sabine: ‘Hoe eerder je als uitvoering aan tafel zit, hoe groter de kans dat iets uitvoerbaar is. Wij kijken meteen: is dit schaalbaar? Wat betekent dit voor doorlooptijden, capaciteit, ICT? Die realiteit moet vanaf het begin meewegen. Zeker nu we willen versnellen om de deadline van eind 2027 te halen.’
Jaklien: ‘Elke keuze is een afweging. Als je tachtig procent van de gevallen relatief snel kunt helpen, weet je dat de resterende twintig procent – vaak de meest complexe dossiers – extra druk oplevert. Toch kan het gerechtvaardigd worden om voor die grote groep snelheid te maken.’
Sabine: ‘Dat schuurt soms. Bijvoorbeeld over de vraag hoeveel gesprekken je voert met ouders en hun advocaten. Elk overleg kost tijd, terwijl we ook tempo moeten maken. Het is steeds balanceren tussen snelheid en maatwerk.’
Schuurt het ook weleens in de samenwerking?
Sabine: ‘We hebben stevige inhoudelijke discussies. Bijvoorbeeld over specifieke categorieën ouders: dubbele aanvragen, minder evidente schade, uitzonderingssituaties. Daar moet je samen uitkomen.’
Jaklien: ‘Maar het schuurt op de inhoud, nooit op de relatie. We hebben groot respect voor elkaars rol. Juist door de lijnen kort te houden en elkaar vroeg te betrekken, blijft het gezamenlijke doel zichtbaar.’
Sabine Blokhuis, clusterdirecteur KOT bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
ㅤ
ㅤ
ㅤ
‘Als uitvoeringsorganisatie kijken we bij ieder beleidsvoorstel: is dit schaalbaar? De realiteit moet meebewegen’
Wat leren jullie van elkaar?
Jaklien: ‘Van Sabine leer ik steeds weer: aan N=1 heb je niets. Je moet starten bij de individuele ouder, maar vooral vanaf dag één bedenken hoe je dit voor duizenden dossiers organiseert. De klassieke beleid-uitvoering-waaier is hier dagelijks zichtbaar. Waar beleid wensen kan formuleren, houdt de uitvoering je een spiegel voor: zo werkt het wel en niet.’
Sabine: ‘En ik leer juist van Jaklien hoe je politieke ambitie vertaalt naar concrete, uitvoerbare stappen. Er zitten veel juridische haken en ogen aan deze operatie. Toch zoekt zij steeds naar wat wél kan, binnen de kaders van de rechtsstaat. Hoe maak je iets mogelijk dat ouders helpt én waardoor je de eindstreep van 2027 in zicht houdt?’
Wat vraagt deze hersteloperatie van jullie?
Sabine: ‘Ik heb binnen de organisatie een “dossiertafel” ingericht: complexe dossiers waar mensen buikpijn van krijgen, bespreken we expliciet. Zo toetsen we of onze beleidskeuzes in individuele gevallen uitlegbaar en rechtvaardig zijn.’
Jaklien: ‘Tegelijk dwing ik mezelf soms bewust naar de massa te kijken. Hoe krijgen we tienduizend zaken door de keten? Die schaal is nodig om daadwerkelijk perspectief te bieden.’
Sabine: ‘We weten dat elke e-mail openbaar kan worden. Dat hoort erbij. Je moet onder grote druk presteren, in een omgeving waarin alles gevoelig ligt. Je leert hier ongelooflijk veel. Over de verhouding tussen beleid en uitvoering. Over rechtsstatelijkheid. Over wat snelheid doet met zorgvuldigheid.’
Jaklien: ‘Je weet dat elke hersteloperatie om een inhaalslag vraagt. De motivatie zit dan niet in het maken van een groot gebaar, maar in het zetten van kleine, betekenisvolle stappen. Dat vraagt flexibiliteit, vindingrijkheid en leiderschap. Je moet je mensen gemotiveerd houden in een dossier waar weinig applaus te halen valt.’
Hoe hopen jullie dat hier later op wordt teruggekeken?
Sabine: ‘Ik hoop dat ouders uiteindelijk zeggen: het heeft lang geduurd, maar ons is recht gedaan. We hebben compensatie en excuses gekregen en konden verder met ons leven.’
Jaklien: ‘Daarnaast hoop ik dat er ruimte ontstaat om, naast het erkennen dat het sneller had gekund, ook te zien dat er met grote inzet is gewerkt aan herstel. Wij bepalen niet wanneer iemand “hersteld” is. Wij kunnen alleen ondersteunen. Uiteindelijk is het aan de samenleving om ook weer vooruit te kijken.’