‘De uitdagingen in de langdurige zorg vragen om bestuurlijk lef’
Samenwerking
Carsten Herstel (directeur-generaal Langdurige Zorg bij VWS) en Remco Bakker (voorzitter Raad van Bestuur van CIZ) vertellen over hoe zij samenwerken aan hun gezamenlijke missie: zorgen dat mensen ook in de toekomst kunnen rekenen op passende langdurige zorg en ondersteuning.
Hoe is jullie samenwerking de afgelopen jaren gemoderniseerd?
Remco: ‘Voorheen kwam er een beleidsaanpassing of een nieuwe taak, en vervolgens ging CIZ die uitvoeren. Nu zitten we veel meer aan de voorkant met elkaar om tafel. We bespreken niet alleen wat beleid betekent voor de uitvoering, maar ook wat praktijksignalen betekenen voor toekomstig beleid.’
Carsten: ‘De uitdagingen zijn aanzienlijk. Mensen worden steeds ouder én er komen relatief steeds meer ouderen bij. Tegelijk zien we dat er in de uitvoering en bij zorgaanbieders veel vernieuwingsdrang zit. Ook bij CIZ, dat ziet dat er verandering nodig is om de zorg toegankelijk te houden. Alleen meer geld of capaciteit is niet genoeg. Daarom trekken beleid en uitvoering veel meer samen op.’
‘In de complexiteit zoeken we de scherpte op: wat behouden we en wat niet, waar zijn mensen echt bij gebaat?’
Waartoe heeft de intensievere samenwerking al geleid?
Carsten: ‘Om de druk op de uitvoering en zorgprofessionals te beperken, proberen we vraagstukken af te vangen voordat ze ernstiger worden. Het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg is een goed voorbeeld van de beweging “naar de voorkant”. Bij de totstandkoming werkten we als “Team Overheid” (de overheidspartijen in het zorgstelsel, red.) nauw samen en stelden we een afwegingskader voor, zodat de zorgsector inhoudelijk kan bepalen of het noodzakelijk is dat een kwetsbare oudere in een verpleeghuis gaat verblijven. Met als uitgangspunt dat ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen en alleen in een instelling verblijven als dat de best passende oplossing is. Zo houden we het stelsel uitlegbaar en bieden we zekerheid.’
Remco: ‘CIZ speelt daarin een specifieke rol. Uiteindelijk gaat het erom dat de langdurige zorg toegankelijk blijft voor de mensen die het echt hard nodig hebben. Wij bekijken elk vraagstuk daarom perspectief van de cliënt en vanuit onze verantwoordelijkheid als onafhankelijke beoordelaar van toegang tot de langdurige zorg. Daarbij zien we dagelijks welke effecten beleid heeft in de praktijk en brengen we die inzichten terug in het gesprek over de toekomst van het stelsel.’
Wat zijn jullie gedeelde dilemma’s?
Carsten: ‘Een goed voorbeeld is de discussie over herindicaties (het opnieuw beoordelen van een zorgaanvraag als een indicatie afloopt of verandert, red.) van mensen in een verpleeghuis. Van een afstand gezien is het heel begrijpelijk om te denken: daar stoppen we mee. Maar CIZ zegt dan terecht: wacht even, er kan ook in positieve zin iets veranderen aan de zorgbehoefte. En dus blijft het belangrijk om te toetsen wat iemand nodig heeft, zodat zorgverleners hun aandacht zo goed mogelijk kunnen verdelen. Ondertussen steken we de hand in eigen boezem en proberen we de administratieve druk rondom herindicaties te verlichten.’
Remco: ‘Carsten kijkt in zo’n discussie vanuit de beleidsmatige invalshoek, ik vanuit de indicatiestelling. In de complexiteit zoeken we de scherpte op: wat behouden we en wat niet, waar zijn mensen echt bij gebaat? Er zijn momenten waarop de belangen strak tegenover elkaar staan. Dan helpt het dat onze relatie ook persoonlijk en luchtig is.’
Welke uitdagingen voorzien jullie nog?
Remco: ‘Er liggen stevige taakstellingen én grote opgaven. We zullen daardoor soms nog sneller moeten schakelen, of zaken anders moeten organiseren dan we hadden bedacht.’
Carsten: ‘Die momenten vragen om bestuurlijk lef om een stap naar voren te zetten. Neem gegevensdeling. Daarin heb je de waarde van goede dienstverlening én die van bescherming van rechten. Bij zulke dilemma’s zullen we vaker iets gecontroleerd moeten uitproberen, ook al weten we nog niet precies hoe het uitpakt.’
Remco: ‘Dat deden we eerder bij de dubbele kinderbijslag, voor kinderen die intensieve zorg nodig hebben door ziekte of een beperking. Veel ouders deden daar nog geen beroep op. We bedachten toen om deze doelgroep proactief een bericht te sturen. Dat was best spannend, maar na goedkeuring door de Autoriteit Persoonsgegevens hebben we het toch gedaan. Door lef te tonen, zorgden we er samen voor dat ouders deze financiële ondersteuning beter konden vinden en benutten.’