Header

Beleid in uitvoering

‘Er zit spanning tussen tijdsdruk en participatie’

Elke zes jaar wordt het beheerplan voor de Natura 2000-gebieden in ons land herzien. Alrita Borst (directeur Beheerautoriteit Waddenzee) en Mieke Langedijk (directeur Netwerkontwikkeling bij Rijkswaterstaat Noord-Nederland) vertellen over hun onderlinge samenwerking én die met andere partners in het Waddengebied.

Wat is de rol van jullie organisaties in het Waddengebied?

Alrita: ‘De Beheerautoriteit Waddenzee is opgericht om de samenwerking tussen natuurbeheerders in het gebied te versterken en de samenhang in natuur-, vis- en water­beheer te bevorderen. Voorheen was het beheer versnipperd, waardoor er soms tegenstrijdig werd uitgevoerd of onderaan de streep onvoldoende werd bijgedragen aan de natuurdoelen. Wij proberen dat meer integraal vorm te geven. De Beheerautoriteit heeft daarbij ook een signalerende en adviserende rol, tussen beleidsmakers en beheerders in. Daarnaast zijn we betrokken bij het nieuwe N2000-beheerplan. Door beheerders aan elkaar te verbinden, dragen we bij aan thema’s als natuurherstel en zoneringsmaatregelen. Ook proberen we de samenwerking tussen verschillende natuurbeheerders te stimuleren, bijvoorbeeld rond predatiebeheer.’

Mieke: ‘Rijkswaterstaat is beheerder van de grote wateren in Nederland en dus ook van de Waddenzee. Van alle beheerders hebben wij het grootste areaal.  Wij hebben de opdracht om het beheerplan te actualiseren voor betrokken departementen en de drie Waddenprovincies: wat loopt goed, wat moet beter en wat is er mogelijk? In dat traject komen we ook de Beheerautoriteit Waddenzee tegen als verbindende partij.’ 

Alrita Borst, directeur Beheerautoriteit Waddenzee

ㅤ
ㅤ
ㅤ
‘Goede samenwerking gaat veel verder dan formele afspraken over taken en knaken’

Waar staan we in Nederland met dit dossier, ecologisch en bestuurlijk?

Mieke: ‘Het beheerplan staat voor natuurbehoud. Oftewel: geen verdere verslechtering. Helaas gaat de Waddenzee ecologisch gezien nog steeds achteruit. Daar moeten we maatregelen voor nemen om te voldoen aan Europese wet- en regelgeving zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn. Denk bijvoorbeeld aan fysieke maatregelen voor natuurherstel, maar ook aan de regulering van activiteiten in een gebied.’  

Alrita: ‘Niets doen is geen optie, daar is iedereen het over eens. Doordat de Waddenzee multifunctioneel wordt gebruikt, staan natuurwaarden extra onder druk. Er moet iets gebeuren om de natuur op zijn minst in stand te houden. Bestuurders, beheerders, bewoners en ondernemers: iedereen praat daar graag over mee om tot een gedragen besluit te komen. Zo moet de cumulatieve druk van activiteiten met impact op de natuurwaarden worden verminderd. Maar het gesprek hierover wordt complexer. Iedere partij heeft er immers haar eigen ideeën over. We kunnen dan ook niet langer enkel reflecteren op voorgelegde plannen, maar moeten betrokkenen een stem geven in de totstandkoming daarvan. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de bestuurlijke keuzes op feiten berusten. Om dit te garanderen wordt het Beleidskader Natuur Waddenzee ontwikkeld.’

Mieke Langedijk, directeur Netwerkontwikkeling bij Rijkswaterstaat Noord-Nederland

ㅤ

‘Ik zou de herziening van het Natura 2000-beheerplan in de toekomst veel meer als een continu proces willen benaderen’ 

Wat maakt jullie opgave complex?

Alrita: ‘Vanuit ecologisch perspectief zou je kunnen zeggen: we sluiten het hele Waddengebied af. Maar dat is absoluut niet realistisch en ook niet op alle plekken nodig. De Wadden zijn ook een plek waar mensen leven, werken en recreëren. De belangen die daaruit voortvloeien, zijn groot. Tegelijkertijd is het natuurgebied wel de basis van dit alles. Er moeten dus keuzes gemaakt moeten worden om dat in stand te houden. Maar welke keuzes dat zijn en hoe die leiden tot een breed gedragen besluit, is ingewikkeld. Vanuit UNESCO wordt lokaal medegebruik genoemd als belangrijke voorwaarde. Leefbaarheid en sociaaleconomische belangen wegen dan ook zwaar. Samen met Rijkswaterstaat en andere beheerders proberen we bewoners te betrekken bij de plannen. De tijdsdruk is hoog, maar toch is het belangrijk om hier ruimte voor te maken.’ 

Mieke: ‘Daar moeten we voor openstaan met heldere kaders: waarover kan iemand wel meedenken en waarover niet? Er is bijvoorbeeld geen ruimte om te discussiëren over het nut en de noodzaak van het beheerplan. Die ruimte is er wél als het gaat over de manier waarop we de Waddenzee willen beheren, en over de intensiteit van de maatregelen die wij voorstellen. Als je dat aan de voorkant duidelijk maakt, bied je mensen ook perspectief.’ 

Alrita: ‘Eén van de dilemma’s is dat er vanuit Brussel juridische consequenties volgen als we het beheerplan niet op tijd indienen. Er zit dus spanning tussen tijdsdruk en participatie. Toch ben ik ervan overtuigd dat investering in vroeg­tijdige samenwerking tussen professionals en de omgeving in het vervolgtraject leidt tot tijdwinst en een gedragen beheerplan.’

Wat zouden jullie bij de volgende herziening ­anders doen?

Mieke: ‘Het Natura 2000-beheerplan wordt eens in de zes jaar herzien. Bij de totstand­koming voeren we nu discussies die we eigenlijk veel eerder op tafel hadden willen hebben. Ik zou de herziening in de toekomst meer als een continu proces willen benaderen, zodat we als Rijksoverheid ook voorspelbaarder worden richting bewoners en gebruikers in wat we doen en waar we naartoe willen. Dat zou de actualisatie elke zes jaar ook eenvoudiger en efficiënter maken.’ 

Alrita: ‘Uiteindelijk gaat goede samenwerking veel verder dan formele afspraken over taken en “knaken”. Ik zou graag meer opgavegericht werken, waarbij alle beheerders de opgave van instandhouding en herstel natuur Waddenzee scherp voor ogen houden. Ook hoop ik dat samenwerking ertoe leidt dat we elkaar helpen, in het licht van de opgave. Daarbij helpt het om elkaars dilemma’s te leren kennen. Gelukkig zie ik dat al steeds meer ontstaan.’