header

Leiderschap

‘Niet alles wat luid klinkt, is ook datgene wat ertoe doet’

De sectoren cultuur en media staan voor grote maatschappelijke en technologische veranderingen. Youssef Louakili, directeur-generaal Cultuur en Media bij OCW, vertelt hoe hij daar leiding aan geeft. Een gesprek over artistieke en journalistieke vrijheid, maatschappelijke signalen, professioneel tegenspel én de kunst om onderscheid te maken tussen ruis en ontwikkelingen die de toekomst werkelijk veranderen.

Het zijn turbulente tijden voor de cultuur- en mediasector. Wat zie jij als de belangrijkste opgaven?

‘Onder veel actuele discussies liggen vragen die fundamenteler zijn dan de kwesties van de dag. Wat bewaren we voor volgende generaties? Welke stemmen worden gehoord en welke verdwijnen uit beeld? En hoeveel ruimte bieden we kunstenaars en journalisten om iets te laten zien dat schuurt? Cultuur en media zijn daarmee meer dan beleidsterreinen. Ze bepalen mede hoe de samenleving zichzelf ziet, hoe we kennisnemen van de wereld om ons heen en hoe macht wordt bevraagd. Dat maakt vrijheid in deze sectoren zo wezenlijk. Kritiek op kunst en journalistiek hoort bij een open samenleving, maar mag niet zorgen voor zelfcensuur. Vrijheid kan op papier volledig intact zijn en tegelijkertijd in de praktijk kleiner worden. Daar moet ik gevoelig voor zijn: juist bij de eerste, nog zwakke signalen.’

Youssef Louakili, directeur-generaal Cultuur en Media bij OCW

Wat vraagt dat van jou als directeur-generaal?

‘Ik moet ervoor zorgen dat de werkelijkheid onderweg naar de bestuurlijke tafel niet wordt versimpeld. Nota’s, dashboards en overlegstructuren beschrijven nooit de volledige werkelijkheid. Daarom wil ik weten wat er gebeurt op redacties, in musea en bibliotheken, bij individuele makers. Dat contact met de praktijk zie ik als een voorwaarde voor sterk bestuur. Goed advies aan een bewindspersoon laat zien waar beleid in de praktijk schuurt, welke belangen niet aan tafel zijn vertegenwoordigd en waar publieke waarden onder druk kunnen komen te staan. Soms zeg je dan iets wat niet meteen goed uitkomt, maar dat hoort bij het vak.’

Waar ligt voor jou de grens tussen maatschappelijke betrokkenheid en politieke verantwoordelijkheid?

‘Die grens moet glashelder zijn. De politiek maakt politieke keuzes, het is mijn verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat die keuzes zo geïnformeerd mogelijk worden genomen en dat de consequenties ervan helder zijn. Daar hoort professionele tegenspraak bij: benoemen wat maatschappelijk gezien uitvoerbaar is, juridisch en institutioneel houdbaar is en welke – soms onbedoelde – effecten iets gaat hebben. Juist bij cultuur en media is het belangrijk om te bedenken dat vrijheden niet simpelweg bestaan doordat ze op papier bestaan. Ze bestaan omdat mensen in de praktijk op die vrijheid kunnen vertrouwen. Wanneer ik ontwikkelingen zie die de vrijheid inperken, moet ik aan de politiek duidelijk maken wat er voor de samenleving op het spel staat.’

Tegelijkertijd wil de overheid slagvaardig zijn. Hoe combineer je dat met zorgvuldigheid?

‘Door snelheid en slagvaardigheid niet met elkaar te verwarren. Soms is snel handelen nodig, maar op andere momenten is het juist sterk om niet direct te reageren. Er zijn voortdurend nieuwe zaken om rekening mee te houden: de actualiteit, media-aandacht, urgente vragen en belangen uit de samenleving. Al die elementen presenteren zichzelf als belangrijk. Maar niet alles wat luid klinkt, is ook datgene wat ertoe doet. Het maken van dat onderscheid zie ik als een van de belangrijkste onderdelen van mijn werk. Wat vandaag alle aandacht opeist, kan volgende week al verdwenen zijn. Tegelijkertijd kan wat nu marginaal lijkt een sector binnen enkele jaren compleet veranderen. AI is daar een goed voorbeeld van. Wat betekent het als stemmen, beelden en teksten vrijwel onbeperkt reproduceerbaar zijn? Welke gevolgen heeft dat bijvoorbeeld juridisch en financieel voor mensen in de creatieve sector? Het is aan mij om vooruit te blijven kijken, ook – en juist – als de dagelijkse werkelijkheid constant aandacht vraagt.’