Sander Hendriks wordt met ingang van 1 mei 2026 benoemd tot afdelingshoofd Bestuur en Rechtsstaat binnen het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties (DGKR) zet zich in voor het welzijn van de inwoners van het Caribische deel van ons Koninkrijk en voor de ontwikkeling van het Koninkrijk als gemeenschap. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit de vier landen: Nederland, Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Caribisch Nederland (CN) bestaat uit de drie bijzondere gemeenten: Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De zes eilanden vormen het Caribisch deel van het Koninkrijk.

DGKR heeft een coördinerende verantwoordelijkheid voor het Caribisch deel van het Koninkrijk en richt zich daarbij op het betrekken van relevante partijen vanuit het hele Koninkrijk bij onderwerpen, die belangrijke impact hebben op de inwoners van het Caribische deel van het Koninkrijk. 

Sander gaat leidinggeven aan de nieuwe afdeling Bestuur en Rechtsstaat, die zich richt op het versterken van goed bestuur, de rechtsstaat en de bestuurlijke samenwerking met de Caribische delen van het Koninkrijk. Zij ondersteunt de eilanden bij het verder ontwikkelen van goed bestuur, sterke instituties, uitvoeringskracht en betere dienstverlening aan burgers.

Daarnaast coördineert de afdeling de samenwerking op het gebied van veiligheid, rechtshandhaving en grenstoezicht, en bevordert zij een robuust juridisch stelsel door de doorontwikkeling van wetgeving, interbestuurlijk toezicht en juridische advisering. Verder werkt de afdeling aan duurzame bestuurlijke relaties tussen het Rijk en de eilanden. Tot slot versterkt zij de kennisbasis over het Caribisch gebied, om beleid beter te kunnen onderbouwen, evalueren en verder te verbeteren.

Sander Hendriks:

Bijzonder trots en vereerd ben ik met mijn benoeming als afdelingshoofd Bestuur en Rechtsstaat, en kijk ik uit naar de samenwerking met de collega’s bij DG Koninkrijksrelaties. Als afdelingshoofd Bestuur en Rechtsstaat wil ik bijdragen aan een sterk en rechtvaardig Koninkrijk, waarin de waarden en waarborgen van de democratische rechtsstaat voor alle inwoners gelden – zowel in het Europese als in het Caribische deel van het Koninkrijk. Mijn drijfveer is de overtuiging dat de landen en eilanden binnen het Koninkrijk niet los van elkaar staan maar met elkaar verbonden zijn in een gedeelde geschiedenis en een gezamenlijke toekomst. Juist daarom vind ik het belangrijk dat vraagstukken rond goed bestuur, de rechtsstaat en veiligheid worden benaderd vanuit wederzijds begrip, respect voor verschillende perspectieven en de bereidheid deze gezamenlijk op te lossen.

Sinds 2016 heeft Sander binnen het ministerie van JenV leiding gegeven aan diverse afdelingen. Tevens heeft hij ruime ervaring in het Caribisch gebied waar hij van 2020 tot 2025 het ministerie van JenV heeft vertegenwoordigd op de domeinen politie, brandweer en ondermijnende criminaliteit. Sinds september 2025 zet Sander zich voor JenV in op de versterking van de rijksbrede weerbaarheidsopgave. Sander heeft Nederlands Recht gestudeerd aan de Universiteit van Maastricht.

René Bagchus, directeur Koninkrijksrelaties:

Sander is een waardevolle versterking van het DGKR als hoofd van de afdeling Bestuur en Rechtsstaat. Hij brengt veel ervaring en kennis mee ten aanzien van de eilanden, specifiek op het gebied van veiligheid en bestuurlijke vraagstukken en weet dat goed te vertalen naar de mensen en de interdepartementale en eilandelijke context. Sander heeft een belangrijke toegevoegde waarde bij het verder ontwikkelen en positioneren van het DGKR: gericht op de mensen, grote kennis van de eilanden, verbindend, met het oog op het bereiken van resultaat in de specifieke KR omgeving.

Deze benoeming op deze ABD-functie kwam tot stand via de algemene procedure voor functies binnen de Algemene Bestuursdienst. DGABD verrichtte de werving voor deze benoeming en ondersteunde het ministerie van BZK bij de selectie. De vacature is zoals gebruikelijk breed bekendgemaakt, zodat iedereen kon solliciteren.