Wat verwacht de Rijksoverheid van een publiek leider?

Publieke leiders bij de Rijksoverheid dragen bij aan maatschappelijke opgaven in een complexe context. Publiek leider is geen positie of functie; je bent publiek leider als uit je gedrag blijkt dat je leiderschap toont – en als je dat leiderschapsgedrag inzet voor het algemeen belang.

De wenselijke richtingen voor dat leiderschap en de verwachtingen van een publiek leider zijn beschreven in de rijksbrede visie op publiek leiderschap. Deze visie is gebaseerd op eerdere inzichten en brede praktijkervaring, en is wetenschappelijk onderbouwd door en aangevuld op basis van practice-based en evidence-based onderzoek.

De rijksbrede visie op publiek leiderschap is vertaald naar de werving en selectie van publieke leiders door Bureau ABD. In de praktijk betekent dit voor de werving en selectie:

  • de maatschappelijke opgave staat centraal;
  • het belang van de fit tussen persoon, context en opgave staat voorop;
  • de nadruk ligt op waarneembaar leiderschapsgedrag.

Deze publieke leiders binnen de Rijksoverheid (vanaf schaal 15) vormen met elkaar de Algemene Bestuursdienst (ABD) – voor welk departement of bij welke dienst iemand ook werkt. Solliciteer jij op een ABD-functie? Lees dan hieronder wat de Rijksoverheid van je verwacht.

Een publiek leider werkt aan (maatschappelijke) opgaven

Voor de aanpak van complexe maatschappelijke vraagstukken is het nodig dat de Rijksoverheid opgavegericht en over de grenzen van ministeries, bestuurslagen en kabinetsperiodes heen samenwerkt. Tegelijkertijd wil de Rijksoverheid de kwaliteit en de uitvoerbaarheid van overheidsbeleid verbeteren en het vertrouwen van de burger in de overheid herstellen. Dat stelt specifieke eisen aan jou als publiek leider.

Jij stelt de bedoeling centraal: je wilt werken voor het algemeen belang en je richt je op het realiseren van resultaten. De opgave waarop je wordt ingezet kan gaan over een maatschappelijke of politieke context, maar ook over de eigen organisatie. Jij past daarom niet alleen bij de functie, maar nadrukkelijk ook bij die opgave – én bij de organisatie en het team.

Dit vraagt van jou dat je het speelveld kent en weet waar knelpunten zitten. Je hebt domeinspecifieke kennis van zaken én netwerkvaardigheden. Je herkent de kwaliteiten in je team en je kunt benoemen wat nog ontbreekt. Je kent en volgt relevante ontwikkelingen binnen het beleidsterrein, de sector of het ministerie.

Een publiek leider kan effectief opereren in een dynamisch speelveld

Een publiek leider opereert in een context die permanent in beweging is: de tijd is turbulent en de samenleving veeleisend. De overheid is bovendien complex, net zoals het politiek-ambtelijk samenspel. Binnen deze context spelen veel thema’s, zoals mediadruk, internationalisering, digitalisering, diversiteit en actuele crises.

In deze complexe context maakt je persoonlijkheid het verschil, samen met de eigenschappen, competenties, ervaring en kennis die je inbrengt. Maar ook de waarden die je uitdraagt, je lef om transparant te zijn, het vermogen om mee te veren met de druk zonder te breken, hoe je de kunst verstaat om mensen mee te nemen, te gidsen door de complexiteit en onderweg te inspireren – om zo met elkaar tot resultaten te komen.

Een publiek leider toont zichtbaar leiderschap

Als publiek leider toon je waarneembaar leiderschapsgedrag. Daarvoor zijn verschillende richtingen wenselijk. Je handelt bijvoorbeeld ondanks onzekerheid en je bewaakt de lange lijnen. Je geeft de overheid gezicht en  gevoel. Je denkt en handelt inclusief. Je werkt samen en deelt leiderschap. Je creëert een veilige werkomgeving. Je neemt ruimte én geeft ruimte. Je bent open, je verantwoordt je proactief. Je communiceert zonder pantser, maar met ruggengraat. Je zet de mensen die jij leidt in hun kracht en vraagt zelf om feedback.

Een publiek leider zorgt voor continuïteit

Optimaal en duurzaam (maatschappelijke) resultaten bereiken, kost tijd. Daarom verbind je je voor een langere periode aan een ABD-functie. Een gemiddelde functieduur van vijf jaar is daarbij het uitgangspunt; liever langer. In een ABD-functie solliciteer je daarom de eerste vier jaar niet op andere (ABD-)functies. Zo draag je uit dat je belang hecht aan stabiliteit en continuïteit in je organisatie. (Soms worden er andere afspraken gemaakt, bijvoorbeeld bij tijdelijke opdrachten.)

Voor de functies van directeur-generaal, inspecteur-generaal, secretaris-generaal (de topmanagementgroep, TMG) geldt een benoemingsperiode van zeven jaar. In bijzondere gevallen kan deze periode met maximaal twee jaar worden verlengd. (Lees meer over de rechtspositie in TMG-functies)

Tijdens de vervulling van je functie blijf je investeren in je ontwikkeling, zodat je ook op de langere termijn duurzaam inzetbaar blijft.

Een publiek leider kan schakelen tussen verschillende rollen

Je toont leiderschapsgedrag in alle drie de rollen die je als publiek leider vervult:

  • maatschappelijk partner: als netwerker ken je en werk je samen met externe partners – van maatschappelijke organisaties en uitvoerders tot burgers en ondernemers;
  • politiek adviseur: als meedenkende en oplossingsgerichte adviseur vertaal je maatschappelijke ontwikkelingen op basis van je kennis naar politiek advies. Als dat nodig is bied je tegenspraak en toon je lef;
  • manager in je eigen organisatie: als interne verbinder en vernieuwer creëer je een veilig, maar open en ambitieus klimaat, waarin mensen de ruimte én de motivatie voelen om het beste uit zichzelf te halen en samen verder te komen.

Als publiek leider kun je voortdurend schakelen tussen deze verschillende rollen. Het verschilt per functie en per situatie bij welke rol het zwaartepunt ligt.

Een publiek leider herkent zich in de kernwaarden van de ABD

Werken aan de complexe (maatschappelijke) opgaven vraagt om publieke leiders die actief samenwerken en hun leiderschap delen, die weten én aanvoelen wat er in de samenleving speelt, en die intrinsiek gemotiveerd zijn om het goede te doen. Dat zijn de kernwaarden die ten grondslag liggen aan de rijksbrede visie op publiek leiderschap:

  • Gedeeld leiderschap: leiderschap vindt altijd plaats in een context. Het (maatschappelijk) resultaat daarbij vereist interactie met partners en belanghebbenden in netwerken. Daarvoor ga je samenwerking aan en deel je verantwoordelijkheid. Daarbij ben je van elkaar afhankelijk;
  • Responsiviteit: je bent afgestemd op wat in de samenleving gebeurt. Je hebt voelhorens uitstaan en bent nieuwsgierig naar wat er leeft bij en tussen groepen; je weet wat zij van de overheid nodig hebben. Je bejegent burgers en partijen met respect en empathie. Als leider ben je een sturende factor in maatschappelijke veranderingen;
  • Morele motivatie: je beseft dat leiderschap bij de overheid altijd gepaard gaat met spanning tussen uiteenlopende waarden. In dat spanningsveld neem je op basis van zorgvuldige afwegingen beslissingen. Dat vraagt om kennis, oordeelsvermogen, veerkracht en lerend vermogen. Als leider neem je daarbij ook je eigen waarden mee en breng je die in.

Het accent en het zwaartepunt bij deze kernwaarden verschilt per functie.

Een publiek leider heeft de juiste competenties

Een publiek leider kan reflecteren, is bestuurssensitief, omgevingsbewust, toont conceptuele flexibiliteit, werkt vanuit gedeeld leiderschap, kan een organisatie aansturen en is stressbestendig.

Deze competentieset omschrijft in de breedte wat werken aan (maatschappelijke) opgaven vraagt van een publiek leider. Het ligt aan de context, de opdracht van de organisatie, de samenstelling van het team en de aard van de functie welke competenties het zwaarste wegen. Hier lees je meer toelichting op de competenties.

Alle competenties raken aan de drie rollen van de publiek leider en de drie kernwaarden. De focus kan per functie verschillen. De competenties sluiten aan bij de gehanteerde begrippen in het Functiegebouw Rijk.